![]() |
Scheepsbouw
in de Gouden eeuw Shipwrecks | Archaeology | Shipbuilding | Spice | Sailor' s life| Dutch life | Weblog |
Current project: To the Spice Islands
Scheepsbouw in de Gouden eeuw
Elk jaar werden oude schepen gesloopt en door nieuwe
schepen vervangen. We weten niet hoe lang een schip gemiddeld meeging. De
schatting is ongeveer twintig jaar. Maar de natuur zorgde soms voor een
vroeger einde. Zware stormen, plotseling opkomend pakijs of een ondiepte
die niet gezien was, zorgden daarvoor. De weg naar de Oost was lang en soms
vol gevaren. Toch moeten we het gevaar van de zee niet overdrijven. De gemiddelde
kans dat een schip verging was heel klein. Van de 1770 keer dat een Oost-Indi‘vaarder
in de zeventiende eeuw naar Azi‘ vertrok, eindigde 41 keer de reis in grote
ellende. Dus nog geen 2,5 % van de reizen! Ook de houtsoort was van invloed
op de levensduur van een schip. Eikenhout is bijvoorbeeld veel harder en
sterker dan bijvoorbeeld grenenhout.
Houtsoorten
eiken
Hout van eikenbomen. Sterk en hard maar wel duur. Gebruikt voor spanten,
huid, kiel, versterking binnen in het schip en sommige delen van de tuigage.
grenen
Hout van naaldbomen. Zachter en goedkoper dan eiken. Gebruikt voor rondhouten
zoals masten, ra's, stengen en vlaggenstokken, dekken, tussenschotten en
bescherming binnenin voor het duurdere eikenhout.
linden
Lindehout is licht en makkelijk te bewerken. Gebruikt voor de galjoensleeuw, het boegbeeld van de Batavia.
essen
Gebruikt voor blokken en het roer.
groenhart
Sterke houtsoort uit Suriname. De assen van de blokken werden hiervan gemaakt.
pokhout
Een van de hardste en zwaarste houtsoorten ter wereld. Het hout is erg vet
en de olie eruit werd vroeger gebruikt als geneesmiddel. Het hout werd aan
boord gebruikt voor de schijven van de blokken. Het vettige hout hoefde
niet gesmeerd te worden en het was enorm sterk.
Versiering aan boord
Aan boord van de schepen was vroeger veel versiering. Veel beelden en figuren die uit hout gesneden werden. Behalve dat deze beelden waren om het schip te versieren, hadden ze ook nog twee andere functies.
De versiering werd namelijk gebruikt als manier om vriend en vijand te imponeren. Men wilde laten zien wie men was en wat de bedoeling was.
De versiering zorgde er ook voor dat de kwade invloeden van buiten werden afgeschrikt en dat er orde op het schip bleef. Op het Zweedse oorlogsschip 'de Vasa' (Wasa) stonden de beelden zo dat het leek dat de ogen van die beelden over het dek konden kijken. Een soort bewakingscamera voor de opvarenden! Men weet niet of dat vroeger ook zo op de Batavia was. Voor de zekerheid hebben ze bij de bouw van de nieuwe Batavia het net zo gedaan als op de Wasa. De roerganger wordt bijvoorbeeld op de Batavia in de gaten gehouden door 'Het wakend oog'. Dit houten beeld in de vorm van een nar wijst naar hem met een vinger om hem te behoeden voor dwaze fouten. Big Brother in de Gouden Eeuw!
Bouwkosten
Wanneer
er een groot schip werd besteld dan werd meestal afgesproken het geld in
drie termijnen te betalen: de eerste na plaatsing van de beide stevens op
de kiel, de tweede bij de tewaterlating van de romp (het ÔholÕ) en de derde
bij de oplevering Ôzoals het schip in zee looptÕ. Het waren mondelinge afspraken,
ook over de hoofdafmetingen van het schip. Tekeningen hoorden niet bij de
bestelling. Over de prijzen van nieuwe schepen is niet heel veel bewaard
gebleven. Schepen die bewapend konden worden, waren veel duurder. De constructie
moest natuurlijk veel sterker zijn. De dekken moesten de zware kanonnen
kunnen dragen en de terugslag van het kanon na het vuren opvangen. De scheepswanden
moesten ook geschutspoorten krijgen voor de kanonnen. In 1632 bestelde de
admiraliteit in Rotterdam twee schepen Ôvan geweldÕ voor 19 en 23 duizend
gulden. Het vlaggenschip van opperbevelhebber Jacob van Wassenaer Obdam
werd in 1653 voor bijna zestigduizend gulden getimmerd.
Twee bouwmanieren
Van de kiellegging tot en met de stapelloop moesten op elke werf bij de bouw van een schip dezelfde klussen gebeuren. Er bestonden twee bouwmanieren: de zogenoemde spantenmethode in het zuiden en de vlakbouwmethode in het noorden. Bij de vlakbouw werden eerst de huidgangen van de bodem gelegd, daarna werd het grootspant gericht en vervolgens werden de andere huidgangen aangebracht. Pas later volgden de rest van de spanten. Bij de spantenmethode werkte men precies andersom en kwamen de huidplanken het laatst aan de beurt.
Kiel
Zware, langsscheepse balk die midscheeps de onderzijde van een schip vormt en de basis uitmaakt voor het opbouwen van de stevens en spanten. Meestal steekt de kiel onder de romp uit.
Voorsteven en achtersteven
Zware balk die in de lengteas van het schip op de voorkant of achterkant van de kiel wordt geplaatst. Het kan recht, hol, bol, of S-vormig zijn.
Spant
EŽn van de 'ribben' die het geraamte van een scheepsromp vormen.
Spantenbouw
Scheepsbouwmethode waarbij eerst de spanten en daarna de bodem en de huid daaroverheen werden gebouwd.
Vlakbouwmethode
Ambachtelijke scheepsbouwmethode waarbij eerst het vlak ofwel bodem van het schip werd gelegd, en daarna pas de spanten werden geplaatst.
Huidgang
Plank die aan de buitenkant van de romp wordt aangebracht en samen met andere huidgangen de "huid" vormt. De huid maakt het schip dicht.
De Tuigage
De Batavia heeft 10 zeilen en 2 bonnetten. Zeventiende-eeuwse zeiltuigage heeft geen echte mogelijkheden om zeilen te reven. Ze konden hooguit minder zeilen hijsen. Een bonnet is een strook zeildoek die aan het zeil is bevestigd. Als er meer wind staat, wordt de bonnet weggehaald. Het bezaanzeil en de fok van de Batavia hebben ieder een bonnet.
Met uitzondering van de bezaan, is de Batavia vierkant getuigd. Dat wil zeggen dat de zeilen zijn opgehangen aan raÕs die dwars op de lengte van het schip staan. De raÕs zijn met z.g. rakken aan de masten bevestigd en kan men hijsen en laten zakken.
De zeilen zijn gemaakt van vlasdoek, waarbij de grotere zeilen van een zwaardere kwaliteit zijn gemaakt dan de kleinere. Dit vlasdoek wordt geleverd op rollen van ruim 60 cm breed. Met de hand zijn de afzonderlijke banen tot ŽŽn zeil genaaid.
Het totaal zeiloppervlak van de zeilen van de Batavia bedraagt 1180 m2. De afmetingen van de zeilen en hun gewicht staan hieronder vermeld. Sommige zeilen zijn rechthoekig, andere hebben een trapeziumvorm en daardoor een korter bovenlijk dan onderlijk.
Een zeil kan bijna zijn eigen gewicht aan vocht opnemen. Sommige zeilen kunnen wel twee keer zo zwaar worden als ze nat zijn geworden!
A Grootzeil
Wordt gevoerd als onderste zeil aan de grote mast, aan de grote ra
B Fok
Wordt gevoerd als onderste zeil aan de fokkenmast, aan de fokkera
B 1 Bonnet van de fok
C Bezaan
Wordt aan de bezaansmast langsscheeps gevoerd aan de bezaansroede als ÔlatijnzeilÕ
C1 Bonnet van de bezaan
D Blinde
Wordt gevoerd onder de boegspriet aan de blinde-ra
E Grootmarszeil
Wordt gevoerd aan de grote mast, aan de grootmarse-ra
F Voormarszeil
Wordt gevoerd aan de fokkenmast, voormarse-ra
G Grootbramzeil
Wordt als bovenste zeil gevoerd aan de grote mast, aan de grootbram-ra
H Voorbramzeil
Wordt als bovenste zeil aan de fokkenmast gevoerd, aan de voorbram-ra
I Bovenblinde
Wordt gevoerd aan de bovenblinder-a aan de blinde steng, aan het einde van de boegspriet; kleinste en lichtste zeil van de Batavia
J Kruiszeil
Wordt gevoerd aan de bezaansmast. Heeft als enige zeil zowel een ra aan de bovenzijde (kruisra), als aan de onderzijde (begijnera)
| Lengte over alles: |
56,60 m |
| Wijdte: |
10,50 m |
| Maximale diepgang: |
5,10 m |
| Hoogte grote mast vanaf kiel: |
55 m |
| Leeg gewicht: |
650 ton |
| Totale lengte tuigage: |
21 km |
| Zeiloppervlak: |
1180 m2 |
| Geschut: |
24 gietijzeren kanonnen |
Shipbuilding in the golden ages
Every year old ships were demolished and replaced by new ones. We don't know who long a ship could sail the seas, approximately 20 years. But nature sometimes lent a helping hand; storms, ice etc. The trip to the east was very long and full of danger. But from the 1770 times a ship sailes to Asia, only 41 times the ship ended in misery. That's only 2.5 % ! The wood also was of great importance. The better the wood, the longer the ship could sail. For example: oak is much harder than pine.
Types of timber
Oak: strong timber, used for rafters, the keel etc.
Pine wood: softer than oak, cheaper as well. Used for the mast, flagpole etc.
Limewood: is light and easy to work with, used for he lion on the batavia
Ashwood: used for the rudder
Green wood: strong timber from Suriname
Pockwood; the strongest type of wood in the world. The wood is greasy and the oil from it was used as a medicine.
Decoration on board of the ship
There was a lot of decoration on board of the ship. Figures carved out of wood. Exapt for the decoration part it had two other functions; first of all to impress the enemy and their friends and second of all to keep the bad spirits out! On the swedish ship the Vasa they had sculptures that had big eyes that watched over the ship and the crew, a sort of security camera or Big Brother in the golden ages.
Building costs
When a ship was ordered the payment happened in 3 terms. War ships were much more expensive than other ships, because it had to be stronger. In 1632 two ships were bought for 16.000 and 23.000 guilders. In 1653 the ship for J. Obdam was sold for nearly 60.000 guilders!
About the sails
The batavia has ten sails and two bonnets. There was now possibility to reef down the sails, when there was a lot of wind they just took down a few sails. A bonnet is an extra piece of sail, they used it when there wasn't enough wind.
The batavia has square sails, with exeption of the "bezaan".
The sails are made of linen, the larger sails from a thicker quality than the smaller sails. The linen came in rolls of 60 cm and by hand the sail was sewn together.
The full surface of the sails was 1180 m2.
A sail can absorb a lot of liquid, some sails became twice the weight when they got wet.
Contact us: anmrc@hotmail.com